Festen.

18 november, 2007

Ik ken het Duitse woord voor ‘feest’ niet maar een wilde gok is ‘festen’ hoewel dat waarschijnlijk gewoon Deens is ofzo, maar enfin, patatie patataa, in deze post vindt u namelijk foto’s terug van de Deutsche party waar wij op een toch wel vrij koude vrijdagavond naartoe gingen.

Metro 13 (ja, in die tijden werkte het openbaar vervoer nog degelijk…) op richting Porte de Vanves, om me daar op de tram bij twee vrolijke West-Vlamingen te voegen. Hop hop richting de Cité Universitaire, waar het feestje doorging in het Maison van de Deutschers.

Daar aangekomen bleek dat er een heuse guestlist was waar je naam ook wel degelijk op moest staan. Gelukkig had Matthias gezorgd voor mijn naambekendheid en kon ik dus ook naar binnen. Een Roemeen die in ons gezelschap verkeerde had minder geluk, maar dankzij het intelligente gebabbel van een Luxemburgs meisje, geraakte ook die kerel het huis in. Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter.

Daar aangekomen bleek dat de ‘fuif’ doorging in een soort van minizaal in de kelder van het gebouw, werd er slechte wijn geserveerd en bovendien nog eens foute muziek gedraaid. Het was een chirofuif meets klasparty-combinatie.

Wij drinken slechte wijn.

En praten tot de party eindelijk op gang komt.

Goed, echte feestjes maak je zelf en uiteindelijk begaven we ons naar een hoek van de zaal (wegens lekker veel plek en nog wat frisheid, plus een ventilator in de buurt) waar we onder de indruk konden geraken van elkaars funky moves.

Vooral die van Klaasje waren heel erg funky.

Die van mij een beetje minder.

Wegens trammen en metro’s die veel te vroeg stoppen met rondrijden, moesten wij ubervroeg alweder naar onze huizige huizen (of aangename appartementen in mijn geval). Wandel wandel door de Cité Universitaire, tot bleek dat die Cité een halve gevangenis is waar ’s nachts de poorten dichtgaan en waar je dus gymnastische toestanden moet doen om buiten te geraken. Auw.

Deze fijne zwart-wit-foto’s zijn helemaal niet copyright mezelf, maar komen uit de database van Nora, een leuke Duitse blondine die op het feestje rondhing met haar kodak in aanslag. Danke schön, Nora.

Tot slot post ik nog even deze foto, die afkomstig is van mijn eigen kleine kodakje (en dus ook kleur bevat want ik ben niet zo kunstzinnig, excusez-moi), omdat ik niet weet waar ie anders moet. Diner in Malakoff. Wazige kop is Bert, de boyfriend van Klaasje, die momenteel in het verre Bologna vertoeft (Erasmussers everywhere) en ons (maar vooral Klaas waarschijnlijk) met een bezoekje vereerde.

To be continued, met spannende foto’s van de Tweedaagse van de Gezusters Peeters in Paris, waar er “chocolatte caffé” gedronken werd in Le Train Bleu en we de gure koude trotseerden dankzij de engerlingen van het openbaar vervoer. Grmbl.

 

Boefen in Bourgogne.

10 november, 2007

Eigenlijk is er weinig geboeft in Bourgogne (goed, ik had zoals gewoonlijk mijn portie dinokoeken weer bij, maar dat doet er niet toe), maar ik hou nu eenmaal van alliteraties, dankjewel. Waarschijnlijk is dit ook geen echte alliteratie, maar als de letterkundige lezertjes eventjes hun oogjes willen dichtknijpen, nogmaals dankjewel!

Sorry voor de vertraging, maar wegens een weekje van vakantie in la Belgique en een drukke week hier in Parijs, is er geen tijd geweest voor een nieuwe update. Geen nood, hier ben ik dan eindelijk met foto’s van onze trip naar de Bourgogne (oftewel Bourgondië, als je echt dol bent op de Nederlandsche taal). Dit is ook een klein beetje een Klaasje-co-productie, want de foto’s waar ikzelf op sta heb ik van haar gekregen. Het is namelijk moeilijk om foto’s van jezelf te nemen.

Trip naar Bourgogne = een uitstap van 2 dagen met de Club International. Dat betekende dat we om 6u30 voor de opera moesten staan en dat wij dus heel moe waren, ook omdat ik een complete insomniac aan het worden ben.

Zombie-nation. Gelieve de wallen onder de ogen niet te tellen!

La délégation belge pikte meteen de achterbank van de bus in, waarna Klaasje en ik Matthias bombardeerden tot menselijk hoofdkussen. Heel de bus sliep tot de eerste stop: Chablis, alwaar wij vrolijk mochten ronddwalen door het dorp om nadien ons te bezatten met wijn.

Ik lach eng naar de camera.

Matthias in de, euh, spannende straten van Chablis.

Kerkje in Chablis.

Wij bezatten ons met wijn degusteren wijn. (Of wat het correcte werkwoord ook moge zijn?)

Daarna reed de bus verder naar Vézélay, een schattig dorpje met maar 500 inwoners en een heel chique kerk.

Hoofdstraat!

Klaasje, de wantjes en het schattige winkeltje.

Daarzie, de kerk!

Daarzie, de kerk aan de binnenkant!

En daarzie, een panorama van 360°!

Na Vézélay gingen we naar Dijon, hoofdstad van Bourgondië én van de mosterd! Na een, voor de meesten, verkwikkende nachtrust (ik ben insomniac dus ik geef geen commentaar) gingen we de volgende ochtend door de stad dwalen.

Schattig pleintje.

Nog een kerk!

En ook schone paadjes.

Met spannende putten.

En spannende uitzichten!

Daarna trokken we wéér verder (jaja, aan de buspret kwam geen einde) richting de abdij van Fontenay.

Wij houden van watervalletjes.

En hier eindigt het verslag van dit weekend vol sensatie, spanning en avontuur! Binnenkort volgt een post met foto’s van mijn appartement, want die staan al zo’n 2 maanden te wachten op mijn computer. Oeps!

 

De titel zegt het allemaal. Moesje en Zuster sprongen in Antwerpen Berchem de Thalys op en cruisden op een mooie maar koude zaterdagochtend richting Paris Nord. Helaas, ach owee, besloten de enge mensen van het openbaar vervoer om nog wat lastig te doen met metrolijn 13 – MIJN metrolijn – zodat ik ’s ochtends meteen 10 minuten kon crossen richting Place de Clichy om daarna het thuisfront te droppen op een kwartier afstand van hun hotel. Wat het openbaar vervoer een mens al niet aandoet, goh.

Maar goed, na deze toch wel zeer miniscule probleempjes ging het richting Montparnasse (gelukkig werkte die metrolijn wel), waar wij meteen de catacomben indoken. En nee, dat klinkt inderdaad niet zo gezellig.

Even de gebruiksaanwijzing lezen.

Wie durft er binnen?

Je ziet het, gezelligheid troef.

Na onze tocht door het donker liepen we verder richting het Cimetière de Montparnasse. Je ziet het, we zochten de leukste plekjes van Parijs op. (En voor mij was dit het derde kerkhof van de week. Ojee.)

Met in de verte: Tour Montparnasse.

En nog wat beeldekens en bloemekens.

Daarna… beklimming van de Tour Montparnasse! (Met wat hulp van de supersonisch snelle lift natuurlijk.)

Uitzicht van op de Tour.

Van al die griezeltoestanden en torens kreeg de familie dorst en dus zochten we een bistrootje op in Saint-Germain.

De volgende dag werkte het openbaar vervoer weer helemaal – drie hoeraatjes – en het olijke drietal begaf zich in de richting van de Rue Mouffetard, waar er gezellige marktjes te stoppen zijn en…

…het institut arabe…

…nog wat oude resten van één of andere arena uit de 2de eeuw…

…en Glamour Sista. Die kan je daar wel niet wekelijks vinden, opgepast dus.

Toen wandelden we verder (ja, we zijn echte stappers) richting de Jardin des Plantes.

Met kangoeroes!

Dan, stap stap stap, verder naar de eilandjes, waar wij enkele crêpes gingen verorberen. (Nou ja, ik toch.)

Tot slot laat ik u nog even meegenieten van de Babysittersclubavonturen van Klaasje en mezelf op een mooie maandagnamiddag in de Père Lachaise-neighbourhood. Kind van dienst is Lena, een Frans-Japanse minieme Parisienne!

Mon Dieu, ik houd babies vast!

En om te eindigen in echte stijl: een kiekje van Monsieur Spock, veroveraar der harten en openaar der deuren!

Ooooh.

Le Staking.

25 oktober, 2007

Excusez-moi voor de kleine vertraging wat betreft updaten enzo. Het leven is een beetje druk geweest, met eind vorige week een pyamaparty van drie dagen en in het weekend het moesje en het zusje die mij een bezoekje kwamen brengen. Foto’s daarvan zullen één dezer dagen verschijnen; eerst nog de staking-drie-daagse!

Frankrijk – nou ja, Parijs toch – in rep en roer door de staking van het openbaar vervoer. Want een stad zonder openbaar vervoer, en dan zeker Parijs, dat is als een café zonder bier. Of een chocolat viennois zonder slagroom, om toch een beetje het Franse thema te bewaren.

De West-Vlamingen besloten, nadat ik hen vriendelijk geïnviteerd had, om twee nachtjes bij mij in het 17de te komen kamperen. Malakoff ligt namelijk aan het andere eind van de wereld en zonder openbaar vervoer ben je niks.

De avond begon met “Koken met Ruth en Matthias” (Varkenshaasje met appel-bramen-compote, om uw vingers bij af te likken!), gevolgd door nachtelijke toestanden waarin Klaasje het koud had en uiteindelijk bij mij in bed eindigde.

De volgende dag, allemaal heel moe, maar toch pogingen doen om fris en monter te zijn, trokken we naar Montmartre. Dat is het 18de arrondissement wat, jaja, geloof het of niet, naast het 17de arrondissement ligt! Daar kwamen we eerst terecht op het Cimetière de Montmartre, dat – voor de kenners onder u – heel sterk op Père Lachaise lijkt.

Graf van Emile Zola.

Dit is “dood zijn in stijl”!

Matthias & Klaasje kijken hun ogen uit.

Ook halve huizen vind je hier.

Spelletje: zoek de kerkhof-kat.

Daarna trokken we weer naar leukere oorden, zoals de Moulin de la Galette…

… en de Sacre Coeur. Later gingen we nog een crêpe eten en daarna naar de film (The assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford en dat is een titel die ik niet te vaak wil herhalen, dankuwel), om daarna nog wat baguette met brie binnen te werken. U hoort het, we beginnen al echte Fransoosjes te worden.

’s Avonds kropen we weer in ons bed, ditmaal met kussens en fototoestellen in de aanslag. Marginale pyama’s krijgt u namelijk niet zo vaak te zien!

Matthias die overduidelijk het gevecht om de kussens gewonnen heeft.

Ik en Klaasje (ja dat klopt grammatical niet maar ssst) die zich proberen te verstoppen voor de lens (volgens mij is heel deze zin fout).

De volgende dag keerden de West-Vlamingen moe maar hopelijk voldaan huiswaarts, hoewel dat makkelijker gezegd was dan gedaan, omdat het openbaar vervoer moeilijk bleef doen tot zaterdagavond. Grmbl. Maar dat, beste vrienden, is voor de volgende keer.

Oké, superdeluxe gigantisch grote post numero 2. Er staan maar liefst 24 foto’s te wachten op geupload te worden – en dan heb ik zelfs nog een kleine selectie gemaakt! Eén ding staat vast: hier is al gebleken dat mijn fotokodak zijn geld waard is geweest. Ik ben al aan mijn derde duo batterijtjes toe, ach owee.

Zaterdag zijn we het Bois de Vincennes gaan onderzoeken. Dat begon met afspraken op metroperrons (en dramatische toestanden met metrodeuren die arme kinderen pletten) en dan andere afspraken voor het Château de Vincennes.

Het Château de Vincennes was vroeger, in de Middeleeuwen, het burchtje van de koning. Later werd dat dan Versailles, dat toch nog wel net iets chiquer en groter was, en toen veranderde Vincennes in een gevangenis, waar zelfs enkele beroemde kerels hebben gezeten. Tot zover deze historische mededeling. Nu terug plaatjes.

De pas gerenoveerde donjon!

Daar was de zon weer!

Ook Klaasje hield haar fototoestel in de aanslag.

En toen was de zon weer weg.

Na al dat burchtgedoe hadden we natuurlijk honger en zochten we een kleine fijne pizzeria op. Daar ben ik natuurlijk vergeten foto’s te trekken. Eten was even iets belangrijker! (Nou ja, eten is altijd belangrijk.)

Daarna trokken we naar Parc Floral, waar er vooral veel families met kindjes waren. En wij dus.

Matthias die een wilde poging doet om de David uit te beelden.

Klaasje die ons hoogstwaarschijnlijk geschift vindt!

Bloemetjes…

West-Vlaming versus boom.

En dan eindelijk in de echte bossen!

’s Avonds was het de halve finale rugby: Frankrijk versus Engeland. Bij ons vindt niemand dat interessant, in France was dat hot news. Op de Champs de Mars, aan de Eiffeltoren, werd de match op giga-schermen geprojecteerd. Daar trok dan ook iedereen naartoe om mee te proeven van de sfeer. Het voelde een beetje alsof er een tweede Franse revolutie was begonnen.

Ook Klaasje en Matthias keken geboeid toe.

 En de Fransen? Die hebben verloren. Veel gebleit, een paar depressies, en hop, iedereen de metro weer op.

 

Bereid je maar voor, hier ben ik weer hoor.

Er zitten weer enkele fotoreportages (jazeker, ik probeer dit alles uiterst belangrijk te laten klinken) te wachten op mijn high definition ultra sound whatever digitale fototoestel, waaronder het Bois de Vincennes en mijn eerste rencontre avec le rugby, maar eerst… Malakoff.

U had nog nooit eerder gehoord van Malakoff? Geen probleem. Ik ook niet. De West-Vlamingen in wiens gezelschap ik vaak vertoef wonen daar, anders had ik misschien ook nooit dit stadje leren kennen. Een weekje geleden ben ik er gaan dineren. Dat hield in dat ik eerst een halfuur op de metro moest zitten, en daarna door Matthias met zijn stalen ros opgewacht werd aan een metrostation om daarna op niet zo elegante wijze plaats te nemen vanachter op zijn fiets – het Mademoiselle-gevoel is bij mij ver te zoeken. Aangegaapt dat we werden – die Fransen zijn ook niks gewoon! Natuurlijk zijn we ook nog op de grond gevallen (als je mij vanachter op je fiets laat zitten, dan gebeuren zo’n dingen) in het midden van de baan. Werkelijk waar, in Malakoff kunnen we nu niet meer over straat komen zonder herkend te worden.

Filmpje kijken in de kamer van Matthias.

En ook de duiven vinden het fijn om in Malakoff te zijn.

Vrijdagavond zijn we met de Club International, aka de Verloren Harten-club volgens sommige bronnen (hoewel ik daar gelukkig niks van gemerkt heb) naar het Louvre geweest. Dat begon bij ons met een crêpe in de Tuileries…

… waar we op meedogenloze wijze weggejaagd werden van een tafeltje omdat we blijkbaar “pour emporter” hadden genomen en niet euh, “manger sur place” (of wat ook de correcte term moge zijn). De engerds. Daarna…

… wachten aan de metro op de Club.

Van het Louvre zelf valt er niet veel te zeggen, behalve dat het heel heel heel erg groot is.

En dat er schoon dingen hangen.

En dat er veel volk komt.

En dat er vooral veel volk voor de Mona Lisa komt.

Toch nog even sightseeing doen vanuit het museum.

En toen waren Matthias en ik de Club kwijt, dus liepen we naar de Spanjaarden. En terug.

Meer sightseeing, ondertussen op zoek naar de Club.

Maar daaaaar was de Club weer!

En ook bij Klaasje zat de stemming er goed in!

Oké, tot zover dit quasi marginale en een beetje saaie verslagje. Museums zijn nu eenmaal niet bijster spannend.

To be continued, with pictures of the Forest of Vincennes and the battle between France and England. Salut!

Versailles, anno 2007.

4 oktober, 2007

Ik betwijfel dat, toen Lodewijk de Veertiende zijn jachthuisje liet ombouwen tot wat Versailles nu is, hij wist dat het later één van de topattracties van Frankrijk ging worden. Het gewone gepeupel dat daar rondloopt met zijn fotokodak in de aanslag; de man draait zich nu waarschijnlijk om in zijn graf!

Maar dat zijn natuurlijk mijn zorgen niet, want ik behoor tot dat vrolijke gepeupel. Fotokodak en al, en zelfs een mini-picknick verstopt in de sjakos. Na wat gesukkel met de RER (dat blijft toch een moeilijke transport-manier, ik begrijp er nog steeds geen yota van) kwamen we uiteindelijk aan in Versailles City. McDonald’s, Quick, toeristenshops; de eerste aanblik is niet bijster indrukwekkend. Bij mij was het de tweede aanblik en ik was dus al voorbereid op de stroom toeristen die zich begeeft richting het kasteel. Massahysterie, maar dan zonder hysterie! Iedereen die enthousiast doorloopt naar le château en dan in de wachtrij gaat staan om dat chique gedoe van binnen te kunnen bekijken.

Avec tous les chinois, mais pas avec moi! Le château vanbinnen, beste mensen, is niet zo indrukwekkend (of moet je het fijn vinden om te proberen een bed te ontdekken in een kamer die vol staat met mensen en gidsen die dingen in de lucht steken zodat de Japannertjes nog kunnen volgen), dus kochten wij wijselijk een ticketje voor de tuinen, waar melige muziek weerklonk en de fonteinen enthousiast stonden te sproeien.

Het is onmogelijk om in Versailles foto’s te trekken waar geen onbekende mensen opstaan. Mijn excuses.

En dan had u de massa vóór het kasteel en vanachter aan de vijver zelfs nog niet gezien.

Na onze picknick vlakbij Marie Antoinette’s Petit Trianon was het al 17u en begon het een klein beetje te schemeren (m.a.w., de zon was verdwenen). Gelukkig was haar tuintje goedkoper na 17u en konden wij dus aan een spotprijsje het domein verkennen.

Le Temple d’Amour.

Flo neemt een foto.

De grot van Marie Antoinette.

Naar goede (of slechte?) gewoonte zie ik er weer als ‘n halve zombie uit.

Flo wandelt over bergpaadjes.

Het boerendorpje van Marietjen.

Geitjes inclusive.

Na de tuinen van Marie Antoinette gingen we terug naar de gewone tuinen van Versailles, die blijkbaar ’s avonds gratis zijn en waar de joggers zich enthousiast uitleefden. (Arme Lodewijk. Hij draait zich nog een keertje om.) Wij ontdekten in het doolhof van gangetjes plots de Salle de Balle (ofzoiets, mijn Frans is (nog!) niet zo denderend) waar de royalty feestjes hielden als het mooi weer was. Oooooh.

Het is een klassieker om te zeggen dat we “moe en voldaan” huiswaarts keerden, maar het is de waarheid. In Porte de Clichy (vlakbij bij mijn nederige stulpje) kochten we dan nog een echte vettige kebab met frieten erbij. Conclusie: de Belgische kebab is beter. Hoewel ik betwijfel dat je kebab Belgisch kan noemen, maar ja.

Volgende keer in Ruth in Parijs: hoe ik Malakoff leerde kennen, van een West-Vlaming zijn fiets viel en hoe Ruth en Flo celebrities gingen zoeken op de Place des Vosges. Morgen vertoef ik wel weer voor 3 nachtjes in la Belgique (l’anniversaire de la maman!), maar als ik een beetje tijd heb, doe ik mijn best om dat ding hier te updaten. Salut!

Eigenlijk feitelijk heb ik nog 22 foto’s van Versailles op mijn computer staan, waaruit ik grondig moet selecteren, maar momenteel ben ik even te lui om dat te doen. Daarom dus eerst twee andere en kleinere activiteiten waaraan ik me gewaagd heb!

Zaterdagavond zijn Flo en ik, zoals eerder vermeld, naar de één van de 300 cinema’s geweest. Cinéma of the night was de Mk2 cinéma die maar liefst 10 zalen telt en zich aan het Bassin de la Villette bevindt; oftewel, in het 19de, bij Flo in de buurt. De coolheid is dat die cinema uit twee gebouwen bestaat. Vijf zalen bevinden zich aan de ene kant van het water, vijf zalen aan de andere kant. Een overzetbootje zorgt ervoor dat je bij de juiste kant geraakt. Dat zie ik op de Kleine Nete nog niet echt gebeuren, maar soit.

 

Zoek het overzetbootje!

Jaja, Flo is blij om hier te zijn!

De film zelf (L’Âge des Ténèbres, dat men kan vertalen als Het Tijdperk der Duisternis) was très bien en de zaal heeft vooral veel gelachen (want wat u ook van de titel moge denken, het was wel degelijk een komedie!). Ik kon zelfs volgen, wow!

Zondag was er dan Versailles. Daarover later dus meer.

Gisternamiddag had ik weer veel vrije tijd (zoals gewoonlijk) en heb ik dus wat in de buurt zitten rondwandelen. Hier vlakbij is een leuk parkje, Square des Batignolles. Meestal lopen hier allemaal vrouwen met buggies en gillende kinderen, maar nu waren er alleen maar oudjes. En ik dus, op een bankje met een Ben & Jerry’s in de hand, die ik in een illustere nachtwinkel (die overdag open was!) heb gekocht. Ik leef nog steeds, geen paniek!

Deze groep eendjes heb ik de Gebroeders Kwak gedoopt (oké, ik ben niet bijster creatief, maar soit), omdat ze heel de tijd samen op stap gingen en samen zwommen. Er zitten daar ook très exotische eenden, met rode snavels en hanekammetjes enzo. Spanning alom.

Eén of andere vogelstandbeeld in het water.

Straks heb ik nog een les (Cinéma’(s) de la modernité) en daarna ga ik dineren bij de West-Vlamingen in Malakoff. Dat is een banlieue in het zuiden met een lugubere naam die mensen doet denken aan Russische bommen en consoorten. Spanneuuuund.

Tot slot, voor de fans (ja, jij, Saar): the one and only Monsieur Spock!

Flo is terug naar de Franse hoofdstad gekomen om het Franstalige gedeelte van ons land te verdedigen. De Belgen, dappersten der Galliërs, veroveren dus Parijs. Of op z’n minst toch het 17de arrondissement. Na een halve pyamaparty die ’s avonds eindigde (of begon?) met Ice Age 2: The Meltdown en ’s ochtends begon (of eindigde?) met het verschonen der kattebak en het uitpluizen van de wasmachine. Vanaf nu kan ik ook kleren wassen, beste mensen! Weer een item om toe te voegen op mijn lijstje van ‘handige kwaliteiten’.

Het bewijs.

Na ons geklungel met de wasmachine (Vloeibare zeep in het bakje? Blokje in de trommel? 30°? Hoort mijn übercoole blauwe en enigste broek ook thuis bij zijn donkere soortgenoten?), trokken we naar de supermarkt, waar de jobstudenten erin slaagden om ons geklungel zelfs nog te overtreffen. Spannend weetje tussendoor: de Franse supermarkten hebben producten die ze in België zelfs nog niet kennen. Wat dacht je van Tropicana Rouge Plaisir, of Danette Extra Noir?! Daarna werd de tortellini met ricotta vrolijk binnengespeeld, gevolgd door een Danette Extra Noir voor de Vlaming (wat anders?) en een Activia met aardbeien  die de natuurlijke bifidus versterkt en ook zorgt voor een goede transit voor de Waal.

“Ken je Cité des Fleurs? Dat is hier gewoon om de hoek.” (Hoewel ik dit eerder op z’n Kempens zei, à la: “Kende gij Cité des Fleurs? Da is hie gewoeën om den hoek.”) De zon scheen, de vogeltjes floten en wij trokken onze mooiste jasjes aan.

Which pet’s address is the finest in Paris? Cité des Fleurs is waarschijnlijk de allermooiste straat van het 17de, waar de rich people vertoeven in chique huizen en waar de Aristocats van Parijs zich verschuilen.

Aristocat in onzedige pose.

De Waal is terug vertrokken naar het 19de, alwaar wij deze avond wederom afspreken voor ‘n avondje film. L’Age des Ténèbres, maar als u ooit al van die film gehoord hebt, dan bent u een genie. Of een Franse filmliefhebber, en in dat geval moet u zichzelf bij mij bekend maken!

Morgen trekken de amie francophone en ik naar het Château de Versailles, waar – naar men fluistert – de fonteinen voor de allerlaatste keer dit jaar gaan sproeien. Spanning, én sensatie.

 

Als men mij later zal vragen om mijn eerste week in Parijs in één woord op te sommen, dan zal ik antwoorden: complete verwarring. Administratie is iets dat de Fransen nog niet onder de knie hebben. Wijn drinken en kaas eten, jazeker, maar kennis van formulieren, ho maar! Het Bureau International van mijn spannende universiteit in Jakkemakke (oftewel: het 13de arrondissement dat nog een beetje een bouwwerf is, hoewel er wel een Starbucks is, en waar een Starbucks is, daar is het feest) heeft als contactpersoon voor de arme nietswetende Erasmussertjes een Pipo met grote P achter een bureau geplaatst. De man verwijst iedereen door naar de verkeerde kantoren en coördinators, geeft weinig of geen info, en als hij dat al doet, dan geeft hij ook nog eens de verkeerde. Na anderhalve week heb ik eindelijk ontdekt dat mijn coördinator werkelijk waar een echte levende mens is! Mon Dieu, sacré bleu. Oftewel heeft een overenthousiast E-mail-programma op mijn bericht geantwoord, maar ik hou de moed er nog even in.

Dit is natuurlijk maar een kleine downside. Want voor iedereen begint te denken dat het hier bloed, zweet en tranen, of kortom: een doodgewone aflevering van Familie, is, sorry! Momenteel zit ik me hier zeer goed te amuseren, en ik ben zelfs nog niet begonnen met mijn monumenten-tocht.

Eerst en vooral is er mijn appartementje, dat technisch gezien niet echt superofficieel van mij is, maar waar ik me toch wel très thuis voel. Medebewoners zijn Geraldine, Monsieur Spock en Ninette. Die laatste twee zijn katten, geen paniek. Het zijn twee dikke zwarte snoezigerds die eigenlijk alleen maar liefde, aandacht en euh, eten willen.

 

Ik zit in het 17de arrondissement, in de Batignolles-buurt. Een buurt die de toeristen nog niet ontdekt hebben (hoewel… op de metro worden er wel veel koffertjes versleept naar het Ibis-hotel dat een steenworp verder ligt) en die alles heeft wat een mens, welja, nodig heeft. In mijn wereld is dat eten, ik weet eigenlijk niet goed wat andere mensen daar onder verstaan. Montmartre ligt nog geen kilometer verder, om u een mooi idee te geven.

Verder heb ik mijn dagen al vooral doorgebracht in het gezelschap van twee vrolijke West-Vlamingen die echt Frans kunnen (en niet van dat Koeterfrans dat ik spreek), en zelfs ook nog Duits! Onze activiteiten variëren van samen lunchen tot samen koken, met af en toe nog een Fnac erbij, een restaurantje en administratieve rompslomp. Eind oktober komt daar misschien een trip naar de Bourgogne bij. Je hoort het, spanning en sensatie alom!

In deze eerste post ontbreken de spanning en sensatie een beetje, maar nu ik hier geïnstalleerd ben, kan ik dit ding hopelijk wat meer updaten. Tot slot nog wel even vermelden dat de Sorbonne vanbinnen echt “vergane glorie” is, dat ik al vijf Starbucksjes weet zijn en ook drie Fnacs, dat de metro om 8u ’s ochtends iets is wat ik mijn ergste vijand nog niet toewens, dat Guillaume Canet volgende maand de “star” (dit is het Franse woord voor celebritie en dat meen ik) komt uithangen in een cinema bij mij om de hoek en dat Flo en ik dan gaan gillen bij de deur, dat ik vandaag een très Franse baguette ben gaan kopen en me daarna ook zeer – jaja – Frans voelde, en finalement, dat de chocolat viennois hier overheerlijk is. Au revoir!