Versailles, anno 2007.

4 oktober, 2007

Ik betwijfel dat, toen Lodewijk de Veertiende zijn jachthuisje liet ombouwen tot wat Versailles nu is, hij wist dat het later één van de topattracties van Frankrijk ging worden. Het gewone gepeupel dat daar rondloopt met zijn fotokodak in de aanslag; de man draait zich nu waarschijnlijk om in zijn graf!

Maar dat zijn natuurlijk mijn zorgen niet, want ik behoor tot dat vrolijke gepeupel. Fotokodak en al, en zelfs een mini-picknick verstopt in de sjakos. Na wat gesukkel met de RER (dat blijft toch een moeilijke transport-manier, ik begrijp er nog steeds geen yota van) kwamen we uiteindelijk aan in Versailles City. McDonald’s, Quick, toeristenshops; de eerste aanblik is niet bijster indrukwekkend. Bij mij was het de tweede aanblik en ik was dus al voorbereid op de stroom toeristen die zich begeeft richting het kasteel. Massahysterie, maar dan zonder hysterie! Iedereen die enthousiast doorloopt naar le château en dan in de wachtrij gaat staan om dat chique gedoe van binnen te kunnen bekijken.

Avec tous les chinois, mais pas avec moi! Le château vanbinnen, beste mensen, is niet zo indrukwekkend (of moet je het fijn vinden om te proberen een bed te ontdekken in een kamer die vol staat met mensen en gidsen die dingen in de lucht steken zodat de Japannertjes nog kunnen volgen), dus kochten wij wijselijk een ticketje voor de tuinen, waar melige muziek weerklonk en de fonteinen enthousiast stonden te sproeien.

Het is onmogelijk om in Versailles foto’s te trekken waar geen onbekende mensen opstaan. Mijn excuses.

En dan had u de massa vóór het kasteel en vanachter aan de vijver zelfs nog niet gezien.

Na onze picknick vlakbij Marie Antoinette’s Petit Trianon was het al 17u en begon het een klein beetje te schemeren (m.a.w., de zon was verdwenen). Gelukkig was haar tuintje goedkoper na 17u en konden wij dus aan een spotprijsje het domein verkennen.

Le Temple d’Amour.

Flo neemt een foto.

De grot van Marie Antoinette.

Naar goede (of slechte?) gewoonte zie ik er weer als ‘n halve zombie uit.

Flo wandelt over bergpaadjes.

Het boerendorpje van Marietjen.

Geitjes inclusive.

Na de tuinen van Marie Antoinette gingen we terug naar de gewone tuinen van Versailles, die blijkbaar ’s avonds gratis zijn en waar de joggers zich enthousiast uitleefden. (Arme Lodewijk. Hij draait zich nog een keertje om.) Wij ontdekten in het doolhof van gangetjes plots de Salle de Balle (ofzoiets, mijn Frans is (nog!) niet zo denderend) waar de royalty feestjes hielden als het mooi weer was. Oooooh.

Het is een klassieker om te zeggen dat we “moe en voldaan” huiswaarts keerden, maar het is de waarheid. In Porte de Clichy (vlakbij bij mijn nederige stulpje) kochten we dan nog een echte vettige kebab met frieten erbij. Conclusie: de Belgische kebab is beter. Hoewel ik betwijfel dat je kebab Belgisch kan noemen, maar ja.

Volgende keer in Ruth in Parijs: hoe ik Malakoff leerde kennen, van een West-Vlaming zijn fiets viel en hoe Ruth en Flo celebrities gingen zoeken op de Place des Vosges. Morgen vertoef ik wel weer voor 3 nachtjes in la Belgique (l’anniversaire de la maman!), maar als ik een beetje tijd heb, doe ik mijn best om dat ding hier te updaten. Salut!