Gotiek en vlooienmarkten.

18 februari, 2008

De laatste week Parijs werd ingezet met een toeristisch tripje richting Saint Denis en de Marché des Puces. Afien, afijn, eigenlijk gingen we naar Saint-Denis omdat Matthias foto’s moest nemen voor zijn Bachelorthesis en omdat ik ‘n toffe meid ben (ahem ahum), accompagneerde ik hem nog eens naar dat gotische gedoe. 

Hij kreeg mijn kodakje toegestopt en liet zich meteen helemaal gaan in het historische stadscentrum. Dat hield in dat hij foto’s nam van…

… informatieve geschiedenisborden (waar ik natuurlijk weer niks van snapte) …

… spannende timpanen …

… spannende kerkinterieurs …

… en een Ruth die naar water zoekt.

Als je mij de kodak geeft, maak ik alleen maar…

… close ups van West-Vlamingen die geboeid naar historische filmpjes kijken.

Na al de historiek en gotiek van Saint-Denis, namen we drie metro’s naar de Marché des Puces de Saint-Ouen, die in 1885 begonnen werd en waar er iedere week zo’n 70 000 bezoekers rondzwalpen (waaronder mezelf en Matthias dus). Het bestaat uit zo’n 2000 winkeltjes waar echt alles wordt verkocht, van oude meubels tot oude postzegels. (Dankjewel Capitool-boek voor deze informatieve bijdrage.)

Zo ziet die Marché er uit.

En zo.

Zo ziet een West-Vlaming op een vlooienmarkt eruit.

En zo langs achter.

En zo ziet overdreven kitsch eruit!

En volgende keer, dan neem ik jullie mee naar de wonderlijke wereld van Rodin. Tot dan!

Family-time.

17 februari, 2008

Achterstand, achterstand, dus: snel on with the show. In het weekend van 26 & 27 januari kwamen Kris, Saar en moederlief al mijn rommel in Parijs oppikken. Daar is namelijk een grote auto voor nodig en een dappere chauffeur, en Cri Cri Electronique voldeed toch wel aan die eisen. Maar al dat inpak-gedoe was gepland voor zondag, en zaterdag stapten wij er dus nog vrolijk op los in de Franse hoofdstad. Saar had een spannende wandeling op internet gevonden, die ons zou leiden door de passages van Parijs. Ooohlaaa.

Die wandeling begon bij de Bourse.

En speelde zich daarna af in de… passages.

Na één passage hadden wij al honger (jazeker, van passages krijg je honger, zeg het voort) dus trokken wij de deur open van eine kleine maar schattig etablissement.

Daar liet moesje de Mariafiguur in zichzelf helemaal gaan.

En werd ik verrast door de camera. Allez how seg wow!

Daarna kwamen er meer passages aan bod. Zoals deze.

En deze.

En deze ook.

De passage-tocht eindigde in de tuin van het Palais Royal, waar de kindertjes speelden, de stenen kolommen blonken in het zonlicht en Kris het koud had.

Heel erg koud zelfs.

Oké, de zon was blijkbaar al ‘n beetje aan het ondergaan, maar sssst.

Na deze tocht werd het weeral laat, en trokken wij met de metro…

… naar de Rue Mouffetard.

Daar deden wij ons tegoed aan cocktails, nourriture en spannende fotoshoots, om met minieme katers rond middernacht ons weer richting hotelkamer en appartement te begeven. Auw.

De volgende ochtend haalde ik mijn overdreven interessante en gedetailleerde Capitool-gids (verkrijgbaar in de Betere Boekhandel) boven en sprongen we weer de metro op, richting Auteuil.

Daar zijn er schattige pleintjes …

… riante villa’s …

… schone architectuur …

… en kerken. En ook gestoorde Vlamingen.

Die graag poseren op bankjes.

Onze voormiddag was ten einde, de inpakpret kwam eraan. Ik werd gedropt in Malakoff, de familie trok weer richting België…

 

Goeiedag allemaal. Zeer officieel gezien ben ik eigenlijk terug uit Parijs sinds zaterdagavond, maar er staan nog 203 foto’s op de laptop, waaruit ik nog een superspannende sensationele serieuze selectie (jawohl, ik kan alliteren zonder mijn eten te verteren!) moet maken, dus wentel ik mezelf nog even in de Parijs-sfeer, tot alle avonturen behandeld zijn. De Parijs-pret is dus nog niet afgelopen voor u, oh knappe, intelligente en joviale lezer van mijn blog. (Ach, een complimentje voor de fans kan nooit kwaad.)

Als u de titel leest, zal u denken: wat? Is dit Kempense schepsel nog een dag op stap geweest met dat West-Vlaamsche Klaasina-engeltje? Jazeker, jazeker, aan onze women only-dagen kwam maar geen einde. De Klaasebees en ik trokken richting Denfert-Rochereau & Port Royal, alwaar Klaasje de tour guide van dienst speelde en mij de buurt rondleidde, superingewikkelde Franse gidsje in haar beide pollekes, om mij zo goed en zo veel mogelijk informatie te geven over deze spannende maar toch ook wel een beetje onbekende buurt van Parijs.

De tocht begon bij een fontein, waarvan ik mij natuurlijk de naam niet herinner (duh), maar die wel op eine scheune plein stond en uitzicht had op de Senaat, die zich in de Jardin de Luxembourg bevindt.

Klaasje liet zich helemaal gaan en besloot om halsbrekende toeren uit te halen om de best mogelijke shot te krijgen van deze wonderbaarlijke fontein.

Wie doet haar dit na?

Daarna besloot ze om half op de grond te gaan liggen, om zo een fantastische shot te krijgen van een naakt vrouwenstandbeeld, compleet met bloemetjes op de voorgrond. Ik deed een beetje hetzelfde, maar bleef gewoon rechtstaan. Dat is nu eenmaal het verschil tussen sportieve en euh, onsportieve mensen. (Noot: deze ochtend ben ik gaan joggen! Over enkele weken zullen we warempel kunnen zeggen dat ik sportief ben! Ohmigawd! Eind van de noot.)

Scheun, scheun.

Op onze tocht vonden we ook nog een spannende en onbekende kerk. Die niet open was voor het publiek. En waarvan ik dus de naam niet ken. Maar onze dagtrip ging vooral langs schone huizen en spannende straatjes.

Ooh.

Amai.

Hallo kroket.

Van zulke decoratieve en entertainende architecturale wandelingen krijgt de gemiddelde Flair-lezeres toch wel dorst, en dus besloten wij om de deur van een fijne en goedkope Franse bistro open te trekken.

Klaasje voelde zich er helemaal thuis.

Na deze verkwikkende wandeltocht, wilden we nog wel eens wat natuur proeven. Wij hobbelden richting de metro, veranderen een paar keer van lijn en kwamen eindelijk terecht op lijn 7bis; een lijn die ik nog nooit eerder had gedaan! Mooie dagen, beste mensen, mooie dagen. Jammer genoeg bleek dat onze metrohalte zich in een berg bevond, zodat we maar liefst 9 trappen moesten beklimmen. Ik heb ze geteld. En gevoeld. Maar gelukkig was het uitzicht toch best wel de moeite waard.

Okéééé, heel erg de moeite waard.

Er waren ook lieflijke tempeltjes.

En uitzichten op Montmartre.

In die vrije natuur lieten we ons helemaal gaan.

Helemaal!

Ja, we kregen maar geen genoeg van dat tempeltje.

Toen we het park, moe maar voldaan, verlieten, stonden we oog in het oog met het stadhuis van het 19de arrondissement. Daar moest ik natuurlijk ook even een foto van trekken.

 

Klik!

Het West-Vlaampje en ik namen weer enkele metro’s, om zo weer uit te komen in Maison Malakoff, waar wij nog naar een filmpje keken, ons ondertussen voorbereidend op meer avonturen. Ooooh. To be continued, beste mensen!