Wassen, plassen en … Cité des Fleurs.
29 september, 2007
Flo is terug naar de Franse hoofdstad gekomen om het Franstalige gedeelte van ons land te verdedigen. De Belgen, dappersten der Galliërs, veroveren dus Parijs. Of op z’n minst toch het 17de arrondissement. Na een halve pyamaparty die ’s avonds eindigde (of begon?) met Ice Age 2: The Meltdown en ’s ochtends begon (of eindigde?) met het verschonen der kattebak en het uitpluizen van de wasmachine. Vanaf nu kan ik ook kleren wassen, beste mensen! Weer een item om toe te voegen op mijn lijstje van ‘handige kwaliteiten’.

Het bewijs.
Na ons geklungel met de wasmachine (Vloeibare zeep in het bakje? Blokje in de trommel? 30°? Hoort mijn übercoole blauwe en enigste broek ook thuis bij zijn donkere soortgenoten?), trokken we naar de supermarkt, waar de jobstudenten erin slaagden om ons geklungel zelfs nog te overtreffen. Spannend weetje tussendoor: de Franse supermarkten hebben producten die ze in België zelfs nog niet kennen. Wat dacht je van Tropicana Rouge Plaisir, of Danette Extra Noir?! Daarna werd de tortellini met ricotta vrolijk binnengespeeld, gevolgd door een Danette Extra Noir voor de Vlaming (wat anders?) en een Activia met aardbeien die de natuurlijke bifidus versterkt en ook zorgt voor een goede transit voor de Waal.
“Ken je Cité des Fleurs? Dat is hier gewoon om de hoek.” (Hoewel ik dit eerder op z’n Kempens zei, à la: “Kende gij Cité des Fleurs? Da is hie gewoeën om den hoek.”) De zon scheen, de vogeltjes floten en wij trokken onze mooiste jasjes aan.
Which pet’s address is the finest in Paris? Cité des Fleurs is waarschijnlijk de allermooiste straat van het 17de, waar de rich people vertoeven in chique huizen en waar de Aristocats van Parijs zich verschuilen.




Aristocat in onzedige pose.
De Waal is terug vertrokken naar het 19de, alwaar wij deze avond wederom afspreken voor ‘n avondje film. L’Age des Ténèbres, maar als u ooit al van die film gehoord hebt, dan bent u een genie. Of een Franse filmliefhebber, en in dat geval moet u zichzelf bij mij bekend maken!
Morgen trekken de amie francophone en ik naar het Château de Versailles, waar – naar men fluistert – de fonteinen voor de allerlaatste keer dit jaar gaan sproeien. Spanning, én sensatie.
Doorworsteling van het Franse systeem.
26 september, 2007
Als men mij later zal vragen om mijn eerste week in Parijs in één woord op te sommen, dan zal ik antwoorden: complete verwarring. Administratie is iets dat de Fransen nog niet onder de knie hebben. Wijn drinken en kaas eten, jazeker, maar kennis van formulieren, ho maar! Het Bureau International van mijn spannende universiteit in Jakkemakke (oftewel: het 13de arrondissement dat nog een beetje een bouwwerf is, hoewel er wel een Starbucks is, en waar een Starbucks is, daar is het feest) heeft als contactpersoon voor de arme nietswetende Erasmussertjes een Pipo met grote P achter een bureau geplaatst. De man verwijst iedereen door naar de verkeerde kantoren en coördinators, geeft weinig of geen info, en als hij dat al doet, dan geeft hij ook nog eens de verkeerde. Na anderhalve week heb ik eindelijk ontdekt dat mijn coördinator werkelijk waar een echte levende mens is! Mon Dieu, sacré bleu. Oftewel heeft een overenthousiast E-mail-programma op mijn bericht geantwoord, maar ik hou de moed er nog even in.
Dit is natuurlijk maar een kleine downside. Want voor iedereen begint te denken dat het hier bloed, zweet en tranen, of kortom: een doodgewone aflevering van Familie, is, sorry! Momenteel zit ik me hier zeer goed te amuseren, en ik ben zelfs nog niet begonnen met mijn monumenten-tocht.
Eerst en vooral is er mijn appartementje, dat technisch gezien niet echt superofficieel van mij is, maar waar ik me toch wel très thuis voel. Medebewoners zijn Geraldine, Monsieur Spock en Ninette. Die laatste twee zijn katten, geen paniek. Het zijn twee dikke zwarte snoezigerds die eigenlijk alleen maar liefde, aandacht en euh, eten willen.
Ik zit in het 17de arrondissement, in de Batignolles-buurt. Een buurt die de toeristen nog niet ontdekt hebben (hoewel… op de metro worden er wel veel koffertjes versleept naar het Ibis-hotel dat een steenworp verder ligt) en die alles heeft wat een mens, welja, nodig heeft. In mijn wereld is dat eten, ik weet eigenlijk niet goed wat andere mensen daar onder verstaan. Montmartre ligt nog geen kilometer verder, om u een mooi idee te geven.
Verder heb ik mijn dagen al vooral doorgebracht in het gezelschap van twee vrolijke West-Vlamingen die echt Frans kunnen (en niet van dat Koeterfrans dat ik spreek), en zelfs ook nog Duits! Onze activiteiten variëren van samen lunchen tot samen koken, met af en toe nog een Fnac erbij, een restaurantje en administratieve rompslomp. Eind oktober komt daar misschien een trip naar de Bourgogne bij. Je hoort het, spanning en sensatie alom! ![]()
In deze eerste post ontbreken de spanning en sensatie een beetje, maar nu ik hier geïnstalleerd ben, kan ik dit ding hopelijk wat meer updaten. Tot slot nog wel even vermelden dat de Sorbonne vanbinnen echt “vergane glorie” is, dat ik al vijf Starbucksjes weet zijn en ook drie Fnacs, dat de metro om 8u ’s ochtends iets is wat ik mijn ergste vijand nog niet toewens, dat Guillaume Canet volgende maand de “star” (dit is het Franse woord voor celebritie en dat meen ik) komt uithangen in een cinema bij mij om de hoek en dat Flo en ik dan gaan gillen bij de deur, dat ik vandaag een très Franse baguette ben gaan kopen en me daarna ook zeer – jaja – Frans voelde, en finalement, dat de chocolat viennois hier overheerlijk is. Au revoir!